| Escalatieladder Friedrich Glasl | ||||||||
| Partijen kunnen er samen uitkomen | Mediation | Rechtspraak/Arbitrage | ||||||
| 1. Verharding | ||||||||
| Minder begrip voor de ander. | 2. Debat | |||||||
| Je gaat jezelf meer verdedigen. | Conflict wordt persoonlijk. | 3. Daden ipv woorden | ||||||
| Meer samenwerking, dan concurrentie. | Emoties gaan grotere rol spelen. | Wantrouwen naar de ander groeit. | 4. Imago&coalitie | |||||
| Zelf willen scoren door anderen bij het conflict te betrekken. | Praten helpt niet meer. | De ander stelselmatig zwart maken. | 5. Gezichtsverlies veroorzaken. | |||||
| Minder rationele argumenten. | Men gaat daden van elkaar verkeerd begrijpen. | Medestanders zoeken. | Openlijke en persoonlijke aanvallen. | 6. Dreigstrategieën | ||||
| Heen en weer tussen samenwerken en concurreren. | Oplossen conflict is niet langer gezamenlijke verantwoordelijkheid. | Steken onder water naar de ander. | De ander alleen nog maar negatief zien. | Eisen stellen. | 7. Beperkte schade toebrengen | |||
| Open gesprek is niet meer mogelijk. | Zelf goed zijn, de ander is fout. | Stellen van ultimatums. | De ander is de vijand. | 8. Vernietigen van de vijand | ||||
| Taalgebruik wordt onbeschofter. | Dreigen met sancties. | De hoop op een oplossing is opgegeven. | Personen in je omgeving moeten voor of tegen zijn. | 9. Samen de afgrond in | ||||
| Chanteren. | Wraak staat centraal. | Doel van acties is om de ander zoveel mogelijk schade toebrengen. (psychisch/economisch/ soms zelfs fysiek). | Er is geen weg terug. | |||||
| Motivatie om het probleem op te lossen is er nauwelijks. | Schade aan de ander betekent winst voor mij. (Minder schade/verlies dan de ander hebben, wordt ook als winst gezien). | De “vijand” vernietigen, ook als het ten koste van jezelf gaat. | ||||||
| Je bent bereid om ook anderen mee de afgrond in te sleuren. | ||||||||